Rond de Botanische Tuin Zuidas rijgt een ritmische rij kolommen de verschillende omliggende gebouwen aan elkaar. Een helder staccato van witte strepen draagt een randbalk waarboven de zandkleurige gevels kijken naar het groen. Achter de kolommen gaat een zuilengang schuil waarlangs patiënten, bezoekers en medewerkers bewegen tussen de gebouwen en rond het groen. Colonnade en Botanische Tuin zijn de belangrijkste brightsites binnen Amsterdam UMC. Plekken met een geborgen karakter die zich onttrekken aan de directe logistiek van het ziekenhuis. Het leven koesteren juist als het onder druk staat.
De bebouwing van Amsterdam UMC ooit gelegen buiten in de velden, gaat volgens het stedenbouwkundig Masterplan deel worden van de cosmopolitane omgeving van Zuidas. Als tegenwicht wordt in het hart van de bebouwing een grote tuin van 100x100m uitgespaard. Het doet denken aan de woorden van Nietsche uit 1882: “Ooit en waarschijnlijk binnenkort, zal er behoefte zijn aan wat vooral onze grote steden ontbreekt: stille en ruime uitgestrekte plaatsen om na te denken, plaatsen met hoge lange zuilengangen voor slecht of al te zonnig weer […]. Wij willen ons in steen en plant vertaald zien, wij willen in onszelf gaan wandelen, wanneer wij in deze tuinen en hallen wandelen.”
Een betekenisvolle ruimte
De beschutting van een colonnade is over twee verdiepingen uitgespaard uit de gebouwen die de binnentuin omzomen. Een rijzige ruimte met een levendig diagonaal tegelpatroon. De veelvoud en veelheid aan kleuren symboliseert de diversiteit van mensen. Het zware karakter van de vloer verbindt de Colonnade met de aarde en vele voetstappen die door voorgangers zijn gezet. Een orde is herkenbaar door een subtiel raster van witte tegels. De vloer staat daarmee in duidelijk contrast met het lichte en hemelse karakter van het plafond. Een stralende zekerheid en teken van hoop zoals het ultramarijn van Giotto in zijn Scrovegni Kapel met verlichting aan pendels.
De Colonnade als Gesamtkunstwerk
Het geheel ligt ongeveer 25cm boven het niveau van de tuin. Dit wordt tastbaar in het gedeelte van vloer die buiten de kolommen ligt. Hier wordt het hoogteverschil overbrugd middels een traptreden en kleine hellingbanen. Via kleine gootjes die afstromen vanaf de kolommen wordt de tuin bevloeid met het gevel water dat is opgevangen in de randbalk. Vloer, plafond en verlichting geven invulling aan de bouwkundige structuur van kolommen en balken die op hun beurt weer deel uitmaken van de primaire draagstructuur van de bovenliggende gebouwen. Met een vaste hart op hart maat van 3,6m, kunnen gebouwen met een veelvoud daarvan hierop afsteunen.
Deze elementen worden niet ‘koud’ op elkaar gezet, maar worden met elkaar verbonden door middel van doorlopende voegen en lijnen, zodat een samenhangend geheel ontstaat, waarbij de afzonderlijke onderdelen herkenbaar blijven. Ook bij de overgang naar de aangrenzende gebouwen wordt rekening gehouden met een marge of voeg, zodat de Colonnade in al zijn puurheid continu is en de verschillende gebouwen als een kralensnoer aan elkaar rijgt.
Structurerend element op meerdere niveaus
Binnen het Masterplan is de colonnade een structurerend voor toekomstige ontwikkelingen. namelijk een ringvormige gangenstructuur over drie lagen waarin de logistiek van het ziekenhuis is georganiseerd. Patiënten en medewerkers, bezoekers- en goederenstromen worden elk op een eigen niveau in deze ringstructuur ingepast. Aan deze ring zijn vervolgens de verschillende gebouwen van Amsterdam UMC gelegen. Hiermee wordt een omkering gerealiseerd van het voorgaande eindige groeimodel, waarin de gebouwmassa steeds verder is uitgedijd vanuit het centrum. Behalve de zuilengang voor patiënten, bezoekers en medewerkers op het 0-niveau, is een logistieke route op -1 aangebracht. Op +1, aan de binnengevel van de Colonnade bevindt zich de beddengang die een kortste lijn maakt die de gebouwen verbindt, en altijd met daglicht en zicht om de omsloten tuin. Hier krijgen bestaande bomen, een glinsterende waterpartij, een plantenkas en de deel van de botanische collectie een plek. De tientallen vrijwilligers verhuizen mee met de Botanische Tuin. Een groene weelde binnen de hoog stedelijke Zuidas en onderdeel van het gevarieerde netwerk van stadsstraten en verblijfsplekken.


