Onze ervaring van de stad ontstaat in beweging. Al wandelend, fietsend en rijdend rijgen we de ervaringen aan elkaar tot ons beeld van de gebouwde omgeving. Of een stad nu groen is, formeel, open, waterrijk of knus, het zijn altijd de straten die je dit beeld geven.
En daarom is Rotterdam zo anders dan bijvoorbeeld Den Haag of Amsterdam. De cultuur van de steden drukt zich uit in de vorm van de straten. Den Haag heeft rechte straten, in allerlei soorten en maten. De straten zijn formeler dan in andere steden door symmetrische profielen, door de centrale plaatsing van standbeelden en door statige gebouwen. De Haag is de residentie.
De straten van Amsterdam maken een netwerk, dat aan de basis staat van de Libertarische stad. Nergens staat een belangrijk gebouw in een zichtlijn of leiden straten rechtstreeks naar het hart van de stad. Het geheel van grachten, straten en stegen lijkt als een web en met een onbewuste precisie alles bij elkaar te houden, waarbij verschillen tussen rang en stand moeiteloos worden ingepast. De principiële scherpte van het bouwen in de rooilijn maakt een nauwkeurig onderscheid tussen openbaar en privé. Misschien is dit wel de sleutel tot de grote mate van collectiviteit die op straat gevoeld kan worden. Amsterdam is van ons allemaal.
Rotterdam heeft een veel minder herkenbaar stratenpatroon dan Den Haag of Amsterdam. Eerder lijkt de stad een aaneenschakeling van een aantal kleinere stratenpatronen die allemaal hun eigen verhaal vertellen. Het is moeilijk om hier een directe conclusie aan te verbinden of het zou moeten zijn dat de stad moeilijk te bevatten is doordat het uiteen valt. Rotterdam neemt de stedeling minder bij de hand.
Opvallend is ook dat het aantal straten in Rotterdam veel kleiner is dan in Amsterdam en Den Haag. Dit heeft tot gevolg dat de stad grover is en dat er uit minder routes te kiezen valt. Dit kan weer tot gevolg hebben dat het beeld van stad sterk vereenvoudigd wordt. Waarbij de eenvoud zowel op te vatten is als welkome duidelijkheid als armoedige versimpeling. Wanneer de oppervlakte van de openbare ruimte gedeeld wordt door de lengte (de straten) levert dit de gemiddelde breedte van de straat. En dan wordt het verschil met andere steden ineens meetbaar. De straten van Rotterdam blijken gemiddeld ongeveer tot 1,5 keer zo breed als in beide andere steden.
In de stad die niet omarmt bestaat een wankel evenwicht tussen het gevoeld van vrijheid en van leegte.
Fragment uit Rotterdam Klein&Fijn, 2012
Beeld: De straten van Rotterdam, Studio Hartzema


