Nederland is al eeuwenlang de baas over het water, we staan er om bekend. We bouwden dijken, veranderden de loop van rivieren en creëerden een volledig nieuwe provincie. Alleen nu gaat het landschap terugduwen. In Zeeland wordt zichtbaar hoe kwetsbaar onze delta is. Tussen verzilting, zeespiegelstijging en doodlopende waterwegen, ontstond het idee voor Stad aan het Sloe.
Tijdens een interview met Henk Hartzema werd al snel duidelijk dat het bouwen van een nieuwe stad geen simpele stedenbouwkundige onderneming is. Het is een project dat gaat over hoe wij in Nederland willen samenleven met een natuur die steeds minder voorspelbaar wordt. Het gaat om het maken van symbioselandschappen waarin verschillende ruimtelijke processen samenwerken.
We dachten lang dat we alles konden beheersen, maar die tijd is echt voorbij.
De geboorte van Stad aan het Sloe
Ik ben al ongeveer vijf jaar bezig met de Zuidwestelijke delta, alles wat Zeeland, Zuid-Holland en West-Brabant bindt, als gebied, daar waar land en zee aan elkaar raken. Deltares en de TU Delft hebben in 2022 een uitvraag gedaan voor een ontwerpend onderzoek naar het stroomgebied van de grote rivieren, Redesigning Delta’s. Daarbinnen hebben wij de Zuidwestelijke delta onderzocht, met als uitgangspunt een zeespiegelstijging van een meter of drie. Dit heeft geleid tot een langjarig project met de naam Zeelandia.
Het gebied vind ik zo fascinerend omdat het nergens zo tastbaar wordt dat we als mens tegen de elementen strijden als daar. We kwamen erachter dat we op zoek zijn naar verbindingen tussen allerlei processen, die zouden centraal moeten staan. Dit hebben we symbiose landschappen genoemd.
Waar je nu nog ziet dat je natuur hebt, een dijk, een dorp, een bedrijventerrein of een vakantiepark, zou het veel mooier en beter zijn als die dingen elkaar juist versterken. Dat er een soort ecosystemen worden gecreëerd waarin verschillende gebruikers, soorten en doelgroepen elkaar kunnen vinden. Voor sommige mensen is dit moeilijk in te beelden en daarom hebben we Stad aan het Sloe voorgesteld.
Met dit concept begrijpen mensen meestal meteen wat ik bedoel. Voor mij is dat namelijk een landschap dat in zijn meest zuivere, volledige vorm is. Waarin bereikbaarheid, menselijke bewoning, natuur, veiligheid en bestaanszekerheid samenkomen.
De stad is uiteindelijk het symbool van de mens die zich op aarde vestigt en voortdurend moet omgaan met de elementen om zich heen. Soms ertegenin, soms ermee mee, maar altijd in samenwerking. Dus zo is Stad aan het Sloe geboren, ongeveer tweeënhalf jaar geleden.
Werken met zeespiegelstijging, verzilting en overstromingsrisico’s
Binnen Zeelandia hebben we drie scenario’s ontwikkeld voor de hele Zuidwestelijke Delta. Dat zijn de kenmerkende scenario’s zoals die door Deltares zijn opgesteld: meebewegen, tegenhouden (dijken ophogen) of zeewaarts. In alle gevallen gaat er iets echt op de schop. Wat veel mensen namelijk niet weten, ik zelf ook niet voordat ik me in Zeeland verdiepte, is dat minder dan tien procent van al het rivierwater via Zeeland de zee instroomt. Ongeveer tachtig procent gaat via de Rotterdamse haven, de rest via de IJssel.
Mocht nou de zeespiegel echt gaan stijgen, dan moet je Rotterdam achter de sluizen zetten, net zoals Amsterdam dat nu is. Dat betekent dat tachtig tot negentig procent van het rivierwater nog maar één uitweg heeft: door Zeeland. Er is geen alternatief: noordelijke routes zoals vroeger bij Katwijk bestaan niet meer, en het IJsselmeer en de Afsluitdijk kunnen maar een beperkte hoeveelheid water verwerken. Tegelijkertijd weten we dat onze rivieren steeds meer regenwaterrivieren worden, met lagere dalen en hogere pieken. Al dat extra water moet dus door Zeeland gaan stromen. De provincie is daar helemaal niet klaar voor, want daar hebben we alles afgedamd en dichtgezet. Het zou dan dus allemaal weer open moeten.
Het echte meebeweeg-scenario betekent dat de zee opnieuw het land in zou komen, met een verhoging van drie meter komt het tot aan Gorinchem. Hierbij moeten we de rivierdijken enorm hoger gaan maken en het stroomgebied van de rivieren breder maken. Dit zal een soort waddenlandschap dwars door ons land creëren en waarin de rivieren kunnen in en uit stromen.
In dit scenario raakt een groot deel van Zeeland ongeschikt voor permanente bewoning of landbouw. Het gaat verloren voor het gebruik zoals we dat nu kennen. Bepaalde delen kun je wel veilig gesteld worden achter dijken, zoals het zuidelijke deel van Zeeland, waar Stad aan het Sloe ligt. Bewoning zou zich dan verplaatsen van het midden van Zeeland naar het zuiden, omdat dat gebied beter te beschermen is tegen zeespiegelstijging.
Daarnaast speelt dat veel afgedamde wateren, zoals het Veerse Meer, de Grevelingen en het Haringvliet, ecologisch bijna dood zijn. De biodiversiteit stort in. Dus we moeten daar ook weer stroming en misschien wel eb en vloed toelaten om het weer leefbaar te maken.
Interdisciplinaire samenwerking
Het team Zeelandia bestaat uit stedenbouwkundigen en we werken samen met LOF landschapsarchitecten en ingenieursbureau Witteveen+Bos. We zijn dus echt met drie disciplines bij elkaar gebracht, omdat het een ongelooflijke puzzel is waarin alle lijnen door elkaar heen lopen. Als stedenbouwkundigen houd je je natuurlijk bezig met de omgevingskwaliteit, maar een landschapsarchitect en een ingenieur die precies begrijpen precies hoe water werkt. Zij houden zich bezig met hoe verzilting optreedt en hoe je dit kunt tegenhouden, dit is echt onmisbaar.
Wanneer de zee komt
Een eventuele volkshuizing als gevolg van klimaatverandering is iets heel groots. De bestaanszekerheid is belangrijk, maar we hebben niet alles in de hand. We weten niet precies wanneer de zeespiegel drie meter stijgt, of dat überhaupt gebeurt. Daarnaast gaan wij er als ontwerper natuurlijk niet over de politieke beslissingen die worden genomen. Wat het onderzoek ons vooral heeft gebracht is het besef dat je soms all the way moet gaan. Wij hebben erkend dat je het strijden tegen de elementen niet zozeer op hoeft te geven, maar eigenlijk meer moet gaan meebewegen.
Als de delta breder wordt en mensen uiteindelijk hun huis moeten verlaten, kun je dat niet zomaar gaan roepen. Dan ontstaan sociale onrust en economische problemen. Je kunt wel laten zien dat er natuurlijke processen zijn waar je soms aan moet toegeven. Ik denk dat we langzaam beseffen dat die modernistische tijdperk van alles kunnen controleren voorbij is. De natuur laat zijn speierballen zien, en dan merk je dat we niet alles kunnen sturen. Uiteindelijk groeit hopelijk het besef dat we maar een klein onderdeel zijn van iets groters.
Geen nieuwe stad zoals Lelystad of Almere, maar een stad die veel meer verweven is met het landschap.
De impact van bouwen op de natuur
Ik denk dat impact van bouwen op de natuur minimaal zal zijn. Het is in ieder geval zo dat het gebied waarin we gaan bouwen op dit moment landbouwgrond is. Daarin begint het werk met het maken van landschap waarin de kreken weer worden opengezet. Daardoor verhogen we de meteen de biodiversiteit. Want ja, landbouw ziet er hartstikke groen uit, maar ecologisch is het niet optimaal. In Zeeland is dit zelfs nog erger omdat we met enorme verzilting te maken hebben.
Daar wordt voortdurend zoet water opgegooid, maar dat drukt het zoute water alleen maar tijdelijk omlaag. Verder rijden we met enorme landbouwvoertuigen de bodem ook nog eens helemaal dicht. We zijn het echt aan het platdrukken en aan het verarmen. Per week rijden er nu al zo’n 150 tankwagens vanaf de Grevelingen, die daar zoet water tanken en dat naar de Bevelanden brengen om over de akkers uit te strooien. Dit proces is heel kunstmatig en daarmee eindig.
De kreken in ere hersteld
We gaan die kreken uitgraven, maar zonder eb en vloed zijn het eigenlijk geen echte kreken meer. Je krijgt kunstmatige waterlopen met verruiging eromheen. Rewilding betekent dan dat we het deels aan de natuur teruggeven, al kan dat nooit helemaal vanzelf, want dan gebeuren er ook dingen die je níet wilt. We moeten dus onderzoeken welke natuur past bij water dat vooral regenwater moet vasthouden. Want tegen verzilting is buffering het belangrijkste: regenwater niet kwijt raken. Die kreken worden daardoor waterreservaten, met wisselende waterstanden die we zorgvuldig moeten engineeren.
Leven met de natuur ook op andere plekken in Nederland
De conclusie van het ontwerpen onderzoek Zeelandia is dat we meer met de natuur moeten gaan leven, op welke manier dan ook. Of dat nu betekent dat we er meer bewust van zijn, er meer mee in contact staan, onderdeel van de natuur worden of erop reageren. Het gaat om ontwerpen aan levensvatbare omgevingen. De locatie voor Stad aan het Sloe is gekozen omdat het een kruispunt is van twee belangrijke randvoorwaarden: het moet boven zeeniveau liggen en het moet goed bereikbaar zijn met het OV. We hebben de kaart gescand en deze plek kwam eruit. Gek genoeg denkt iedereen bij Zeeland aan het laagste deel van Nederland, maar er liggen ook stukken bij de 50% hoogste delen en daar hoort dit deel van Zuid Beveland precies bij.
Boven zeeniveau bouwen lijkt me het absolute minimum voor toekomstige ontwikkelingen. Niet bouwen onder NAP is een kwestie van gezond verstand. Bereikbaarheid, waterveiligheid en natuurwaarde zijn onze criteria. Dat kan je ook toepassen bij nieuwe steden of uitbreidingen. Leven met de natuur is het uitgangspunt van symbioselandschappen.
We moeten erkennen dat de aarde sterker is dan wij als mensheid. We zijn te gast. Dat is de bottom line.
Meike de Kraa interviewt Henk Hartzema voor GeoVUsie, december 2025


